Streefwaarden

Dit waren we van plan

Dit hebben we behaald

  1. Wij consolideren het aantal van gemiddeld 70 VVE indicaties per jaar. In 2015 waren er 68 en in 2016 88 verwachte VVE indicaties.

In 2016 hebben 72 kinderen vanuit het consultatiebureau een indicatie gekregen voor VVE.

In 2017 hebben gemiddeld 81 kinderen een VVE aanbod ontvangen. Dit aantal is een gemiddelde, omdat binnen een jaar kinderen de voorschoolse voorziening verlaten (vanwege het feit dat ze 4 jaar worden en naar school gaan) en er nieuwe aanmeldingen worden gedaan.

  1. In 2017 streven we naar een stijging van 25% van het gebruik van voorschoolse voorzieningen t.o.v. 2016.

Eind 2017 maakten 151 kinderen gebruik van een voorschoolse voorziening op basis van onze VVE- en Peutersubsidie. (gemiddeld 69 kinderen middels peutersubsidie en gemiddeld 82 kinderen middels VVE plekken).
Eind 2016 lag het aantal kinderen die gebruik maakten van een voorschoolse voorziening op 133 (89 ingekochte VVE plaatsen en 44 kinderen middels peutersubsidie).

Dit betekent een stijging van 13,5% op basis van gebruik name door middel van onze subsidieregelingen. De stijgende lijn is ingezet, maar een stijging van 25% in 1 jaar bleek erg ambitieus.

Prestaties

Dit waren we van plan

Dit hebben we gedaan

  1. Evalueren van het peuterbeleidsplan 2016/2017 en op basis daarvan nieuw beleid vaststellen.

Het Peuterbeleidsplan 2016-2018 is in 2017 tussentijds geëvalueerd. In 2018 formuleren wij een nieuw Peuterbeleidsplan dat vanaf 2019 in werking wordt gesteld. In dit nieuwe beleidsplan nemen wij de aanbevelingen uit de tussentijdse evaluatie mee.

  1. In 2017 geldt voor alle ouders in Rheden dat er geen financiële belemmering is hun kind naar een voorschoolse voorziening te laten gaan, ongeacht wel of geen (VVE of SMI) indicatie.

Door middel van de peutersubsidie hoeft er voor ouders (bijna) geen financiële belemmering te zijn om een kind naar een voorschoolse voorziening te laten gaan. Deze regeling is beschikbaar voor alle peuters van 2 tot 4 jaar in de gemeente Rheden die niet onder de landelijke Kinderopvangtoeslag vallen (dus wanneer ouders geen baan hebben of  geen studie volgen) om 7 uur in de week gebruik te kunnen maken van peuteropvang.
Inkomensafhankelijk wordt er een eigen bijdrage gevraagd (tarieven te vergelijken bij de kinderopvangtoeslag). Hoe lager het inkomen, hoe kleiner de eigen bijdrage.